Beschrijving

Apidra is een snelwerkende insuline die wordt gebruikt voor de behandeling van diabetes mellitus bij volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 6 jaar. Het actieve bestanddeel insuline glulisine zorgt voor een snelle verlaging van de bloedsuikerspiegel, vooral na maaltijden. Deze injectievloeistof is helder, kleurloos en wordt subcutaan toegediend.

Indicaties: waarvoor gebruik ik dit product?

Apidra wordt gebruikt voor de behandeling van diabetes mellitus type 1 en type 2. Het helpt de bloedsuikerspiegel te controleren, vooral rondom maaltijden. Het medicijn werkt snel en zorgt ervoor dat glucose uit het bloed in de lichaamscellen wordt opgenomen. Dit voorkomt te hoge bloedsuikerwaarden na het eten.

Gebruiksaanwijzing

  • Hoeveel?

De dosering is individueel en wordt bepaald door uw behandelend arts op basis van uw persoonlijke behoeften en het te behandelen einddoel. Vaak zal u dit type insuline altijd net voor je hoofdmaaltijden moeten injecteren.

  • Waar?

Apidra flacon wordt toegediend via een injectie onder de huid, meestal in de buikwand, de dijen, de billen of het deltoïdeus gebied (bovenarm).

  • Wanneer?

Doorgaans wordt dit snelwerkende insuline nét voor de maaltijd toegediend. Indien nodig kan het ook kort na de maaltijd worden gegeven. Het is cruciaal altijd te eten na een toediening! Anders heb je een gevaarlijk risico op een te lage suikerspiegel (hypoglycemie).

  • Hoe?

Volg altijd nauwkeurig de instructies van uw arts of diabetesverpleegkundige. Hieronder geven we wat beknopte basisinformatie, het is belangrijk u goed te begeleiden wanneer u insuline moet toedienen.

Subcutane injectie: Gebruik voor de injectie altijd een geschikte insulinespuit met een schaalverdeling van 100 eenheden/ml (E-100). Trek eerst lucht op in de spuit, spuit dit in de flacon en trek daarna de juiste dosis insuline op.

Continue Subcutane Infusie (CSII): Indien u een pompsysteem gebruikt, dient dit te gebeuren volgens de instructies van de fabrikant. De aanbevolen plaats is de buikwand, waarbij u ook hier de injectieplaatsen binnen hetzelfde gebied regelmatig moet afwisselen.

Injecteer loodrecht in de huid (subcutaan), doe dit nooit door de kleren. Dit kan in de buikwand (snellere opname), de dij, de bovenarm (deltoïdeus gebied) of de bil (gluteale gebied). Steek het naaldje volledig in de huid en houd deze na injectie gedurende 6-10 seconden in de huid om een complete dosis te garanderen. U moet niet masseren na de injectie.

Wissel regelmatig van injectieplaats binnen hetzelfde gebied om het risico op huidproblemen (zoals lipodystrofie en cutane amyloïdose) te beperken. Gebruik voor elke toediening een nieuwe spuit. Controleer de spuit vooraf op luchtbellen en druk deze voorzichtig weg voordat u injecteert.

Contra-indicaties: wanneer gebruik ik dit product niet?

U mag Apidra niet gebruiken bij overgevoeligheid voor insuline glulisine of één van de andere bestanddelen. Ook bij een hypoglykemie (te laag bloedsuiker) mag dit medicijn niet worden toegediend. Bespreek altijd met uw arts of dit medicijn geschikt is voor uw situatie.

Mogelijke bijwerkingen

  • Hypoglykemie (laag bloedsuiker): trillen, zweten, hartkloppingen, concentratieproblemen
  • Reacties op de injectieplaats: roodheid, zwelling, jeuk
  • Lipodystrofie: verdikking of verdunning van het vetweefsel op de injectieplaats
  • Allergische reacties: huiduitslag, jeuk, kortademigheid
  • Gewichtstoename
  • Vochtophoping met zwelling van enkels en voeten

Eigenschappen

  • Apidra flacon behoort tot de snelwerkende insulines en begint binnen 10-20 minuten na toediening te werken. Het effect is maximaal na ongeveer 1 uur en houdt 2-4 uur aan. Deze insuline bootst de natuurlijke insulineproductie van het lichaam na tijdens maaltijden.
  • Insuline doet het suikergehalte in je bloed dalen. Dit merk je doordat je minder hyperglycemie symptomen zal hebben (dorst, veel drinken en veel plassen én moe en slaperig zijn). 
  • Insuline bindt aan insulinereceptoren. Aan receptoren gebonden insuline verlaagt de bloedglucosespiegel door de opname van glucose in de cellen van het skeletspier- en vetweefsel mogelijk te maken en de glucoseafgifte vanuit de lever te remmen. Hierdoor daalt de glucosemie. Insuline remt de lipolyse in adipocyten, remt de proteolyse en bevordert de eiwitsynthese. 
  • Voor gebruik bewaart u dit in de koelkast (tussen 2°C en 8°C). Niet invriezen.
  • Na het eerste gebruik of wanneer meegenomen als reserve: max. 4 weken bewaren bij een temperatuur beneden 30°C of in de koelkast (tussen 2°C en 8°C). Niet invriezen.

Actieve bestanddelen

Insuline glulisine 100 Eenheden/ml

Inhoud

De verpakking bevat één injectieflacon met 10 ml oplossing, goed voor 1000 Eenheden insuline.

Voorzorgsmaatregelen

  • Bewaar de pennen correct volgens de instructies en gebruik geen insuline dat troebel is of verkleurd.
  • Controleer regelmatig uw bloedsuikerspiegel volgens de adviezen van uw arts. Wees extra voorzichtig bij verandering van insulinetype, ziekte, stress of veranderingen in uw eetpatroon. Nier- of leverinsufficiëntie kan de behoefte van de patiënt aan insuline verminderen.
  • Bepaalde geneesmiddelen kunnen de werking van insuline beïnvloeden, zoals corticosteroïden, schildklierhormonen, kaliumverliezende vochtafdrijvers en sommige bloeddrukverlagende middelen. Meld altijd aan uw arts welke andere geneesmiddelen u gebruikt. Beta-blokkers zoals bisoprolol kunnen de symptomen van een te lage bloedsuikerspiegel maskeren.
  • Alcohol kan het effect van insuline onvoorspelbaar maken.
  • Pas uw insulinedosis aan indien nodig bij veranderingen in lichamelijke activiteit, voedingspatroon of bij ziekte.
  • Weet dat u de gevaren en tekenen van een lage bloedsuikerspiegel kan herkennen.
    • Een te lage bloedsuikerspiegel herkent u aan signalen zoals beven, zweten, hartkloppingen, honger of duizeligheid. Grijp direct in door 15 gram snelle suikers te nemen (zoals 5 tabletten druivensuiker of een glas frisdrank). Controleer na 15 minuten uw waarde; herhaal de suikers indien nodig. Eet aansluitend een product met trage koolhydraten, zoals een volkoren boterham, om uw suikerspiegel stabiel te houden.

FAQ

Wat met autorijden, alcohol drinken en andere voeding?

Wees voorzichtig met autorijden, vooral als u regelmatig last heeft van hypoglykemie of de waarschuwingssignalen hiervan niet goed herkent. Bij een te lage bloedsuiker kan uw reactievermogen verminderd zijn. Vermijd alcohol of drink het met mate, omdat alcohol de bloedsuikerspiegel onvoorspelbaar kan beïnvloeden en het risico op hypoglykemie verhoogt. Er zijn geen specifieke voedingsmiddelen die u moet vermijden, maar houd wel rekening met de koolhydraten in uw maaltijden en stem uw insulinedosis hierop af in overleg met uw diabetesverpleegkundige.

Wat als ik zwanger ben of borstvoeding geef?

Er is beperkte ervaring met het gebruik van Apidra tijdens de zwangerschap. Insulinetherapie is vaak noodzakelijk tijdens de zwangerschap, maar de keuze voor het type insuline wordt bepaald door uw arts. Tijdens de zwangerschap kan uw insulinebehoefte veranderen, vooral in het tweede en derde trimester. Vrouwen die borstvoeding geven, kunnen mogelijk een aanpassing van hun insulinedosis en dieet nodig hebben. Laat u bijstaan door uw arts of apotheker bij onduidelijkheden of bezorgdheden.

Wat als ik wil stoppen met dit medicijn?

Stop nooit plotseling met insuline zonder overleg met uw arts. Dit kan leiden tot ernstige hyperglykemie en ketoacidose. Het is belangrijk dat u zich goed laat begeleiden bij het stoppen van bepaalde medicijnen.

Is dit medicijn op de markt te vinden onder een andere naam?

In België heb je veel preparaten, onder verschillende namen, die insuline bevatten. Het is belangrijk om te weten dat niet elke soort insuline dezelfde is. 

Insuline glulisine kunnen we enkel terugvinden in het geneesmiddel Apidra (situatie 2026).

Bijsluiter

Apidra 100 U/ml 10ml injectieflacon - officiële bijsluiter


Dit is een geneesmiddel, geen langdurig gebruik zonder medisch advies, bewaren buiten bereik van kinderen. Informatie omtrent standaarddosering, contra-indicaties, bijwerkingen & voorzorgsmaatregelen betreft algemene info en veel voorkomende situaties. Lees aandachtig de bijsluiter. Raadpleeg altijd uw arts of apotheker of u dit geneesmiddel mag innemen in combinatie met andere geneesmiddelen. Bij twijfel vraag altijd raad aan uw arts of apotheker voor gepersonaliseerde informatie. In geval van bijverschijnselen, neem contact met uw huisarts.